Geslaagd!

Als je naar een concert gaat met de titel ‘Europese Volksmuziek’ is vooraf moeilijk te voorspellen wat je kunt verwachten. Dat het een concert is van Kamerkoor Cantabile, neemt wel de vrees weg voor Duitse schlagers of Portugese fado’s, om maar eens twee uitersten te noemen. Europees was het wel. Met muziek van Dvorak, Martinu, Hendrik Andriessen, Peterson Berger, Francis Poulenc, Felix Mendelssohn en Charles Villiers Standford waren in elk geval Tsjechië, Nederland, Zweden, Frankrijk , Duitsland en Ierland vertegenwoordigd.

Uit het repertoire van volksmuziek had dirigent Mirjam Warnas een erg interessant programma samengesteld. Want je hebt volksmuziek, en je hebt volksmuziek. Soms gebaseerd op authentieke, bestaande volksliedjes. Of, zoals in het geval van Hendrik Andriessen, oude Italiaanse teksten getoonzet op in dit geval behoorlijk lastig uit te voeren muziek. Cantabile heeft de drie nummers van Andriessen vaker uitgevoerd, maar het blijven moeilijke stukken. Het Maassluise kamerkoor sloeg zich er echter glansrijk doorheen.

Ook bepaald niet makkelijk is Ej steht eind Wäldchen van Bohuslav Martinu. Om de ingewikkelde structuur aan het publiek duidelijk te maken, liet Mirjam Warnas vooraf elke stemgroep een stukje van de partij zingen. Het totaal kwam er uiteindelijk vrijwel feilloos uit. Door wat te experimenteren met de stemgroepen – sopranen en alten zowel links als rechts geplaatst en de mannenstemmen in het midden – wist de dirigent een goede klankbalans te bereiken. Bij het laatste blokje – Ierse volksliederen van Charles Villiers Stanford – keerde de meer traditionele opstelling nog even terug.

Kamerkoor Cantabile kan terugkijken op een in alle opzichten geslaagd concert, mede dankzij de muzikale intermezzo’s van het duo Risonanza, bestaande uit Saskia Vuik (viool) en Ton Huijsman (gitaar). Zij hadden hun bijdrage goed aangepast aan het thema van het programma met muziek van Francesco Molino, Jan Nieland en drie Ierse volksliedjes.